Op naar Inland China: 19 november 2009 (vervolg)
Dat is dan toch wel weer bijzonder: een vliegtuig met echt alleen maar Chinezen. Ik ben de enige echte buitenlander nu. Iedereen kijkt weer, maar dat is niet erg. Ik zou ook even een keer extra kijken wanneer ik 1 buitenlander zou zien tussen allemaal Nederlanders.
Deze vlucht is natuurlijk ook weer voorbij voordat ik er erg in heb. Het enige jammere is wel dat ik de lucht steeds donkerder en bewolkter heb zien worden in de richting van Ningbo. En dat terwijl het weer, ondanks dat dat ook niet alles was, bij het opstijgen in Hong Kong er eindelijk zonnig uit zag.
Bij het landen slaat de paniek bijna ineens toe. Wat als Catherina er niet is? Wat als we elkaar verkeerd begrepen hebben? Gelukkig slaan mijn gedachten snel om: als Catherina er niet is, dan is ze er niet. Gelukkig kan ik haar bellen en anders ga ik gewoon de stad verkennen. We zien wel, het komt wel goed. Dapper loop ik naar de bagageband. En daar zie ik Catherina achter glas al staan met nog een meneer. Dat is goed nieuws.
En wat is het koud buiten! 3 graden!
Per mail duurde het al even voor ik door had waar ik naar toe zou gaan; de naam van de plaats, namelijk Zhou Shan. Eenmaal gevonden op internet werden mij monniken-, en bloemeneilanden beloofd met witte stranden en een blauwe zee. Wat nu blauwe stranden en zwemmen? Regen, wind en koude. Dit zijn natuurlijk de dingen waar een Hollander niet voor op vakantie gaat. Pfoeh.
Maar wat tof toch om daar te zijn en zo door Catherina op sleeptouw te worden genomen! Bijzonder hoor.
En daar was Catherina met meneer Wong (spreek uit als Wung). ‘Ik heb een vriend geregeld die ons naar het eiland brengt.’ Mijn bagage wordt uit mijn handen genomen en ik stap in een warme taxi. Wat een luxe….
Onmiddellijk is de setting heel anders, mijn transformatie van enige vreemdeling naar die van een ingewijde in China. Ook al ben ik geen Chinese, ik behoor met de aankomst in Ningbo en mijn zitplaats in de auto, opeens tot een bepaalde gemeenschap, waar ik bij zal horen, totdat we het nog te bezoeken eiland zullen verlaten.
Door het slechte weer, is er helaas een soort mistigheid over de stad gekomen, die samen met de invallende schemering, tot een soort mafheid aan schimmige foto’s leidt:
Er is een razende drukte in deze grote stad, het is spits, iedereen wil naar huis. We staan vast en ik zie alleen maar auto’s om me heen, sommigen slechts op enkele centimeters afstand. Ik hoor vanuit alle kanten gepiep uit deze auto’s komen, maar niemand lijkt zich hier om te bekommeren.Dit gepiep gaat ongeveer nog een half uur door, maar ik verveel me geen moment, ik kijk mijn ogen uit naar al het gemanoeuvreer van deze automobilisten. Er blijken geen regels te zijn, wat dit betreft, iedereen doet maar wat en wil, vooral, naar huis.
Later in de week zullen mij meer verhalen verteld worden over deze stad, de derde wereldhaven op het gebied van goederenoverslag (2006). Wikipedia (http://nl.wikipedia.org/wiki/Ningbo) meldt:
Ningbo is een grote havenstad in China, provincie Zhejiang. De – zeer snel groeiende – stad ligt in het zuiden van de Hangzhou Baai. Het inwoneraantal bedroeg in 2007 ongeveer 1.100.000 personen.
Ningbo is een van de oudste Chinese steden, met een geschiedenis die teruggaat tot 4800 voor Christus. De stad stond in de Tang-dynastie samen met Yangzhou en Kanton bekend als een van de grootste handelshavens. Ningbo was één van de vijf Chinese havens die werd geopend door het Verdrag van Nanjing in 1842, aan het einde van de Opiumoorlog tussen Engeland en China. Tijdens de oorlog namen de Britse strijdkrachten de stad in, na de versterkte stad Zhenhai aan de monding van de rivier de Yong te hebben veroverd op 10 oktober 1841.
In 2006 was het de op drie na grootste haven van de wereld gemeten in goederenoverslag. Dit is ook het gebied waar een aantal van de grote fabrikanten van staal en bevestigingsmateriaal gevestigd zijn. Er wordt gewerkt aan een gigantische brug van 36 kilometer lang, de Hangzhou Baai-brug, die Ningbo met Hangzhou en Shanghai gaat verbinden.
Helaas is er te weinig tijd om op een later tijdstip deze stad te bezoeken. Een andere keer dan maar. Dan vertelt de chauffeur ons dat de laatste boot om de overtocht naar het eiland Zhou Shan te maken, inmiddels is vertrokken. “Wat nu?,” denk ik bij me zelf. Maar voordat ik hierover verder kan nadenken, verlost Catherina me uit het gepeins. “We nemen een illegale boot, maar daar moet onze chauffeur even voor bellen.” Klinkt spannend… Later zal Catherine me vragen om het woord “illegaal” maar liever niet te gebruiken in mijn verhaal. Dit ligt allemaal nog al gevoelig, officieel bestaat illegaliteit niet en al helemaal niet deze boot. Het blijft natuurlijk een bijzonder land, China, waar alles toch vanuit hogerhand en collectivistisch geregeld wordt. No exceptions. Althans, niet te zichtbaar.
Voordat we weten of en wanneer onze kapitein zal kunnen vertrekken, is het tijd om ergens een maal te nuttigen. Dus eten dan maar. Zowel de chauffeur als Catherina schijnen, logischerwijs, de weg naar een bepaald restaurant, erg goed te kennen. Ik laat me als onwetende meeslepen door een -inmiddels- donkere stad. Als men mij onverhoopt achter zou laten, zou ik me genoodzaakt zien ergens aan te bellen en te hopen dat ik in gebarentaal duidelijk kon maken dat ik geen enkel idee had waar ik me bevond en of men mij de weg naar dan wel een hotel dan wel het vliegveld zou kunnen vertellen. Maar gelukkig weet ik dat ik in goede handen ben.
We dineren in een aparte, eigen kamer. Aanvankelijk denk ik nog dat het een heel summier restaurantje is, maar het is in China heel normaal (als men dat kan betalen), om in een aparte kamer te dineren. Men heeft, zoals later zal blijken, zijn eigen wasgelegenheid met WC en per kamer minimaal 1 eigen serveerster. Bijzonder. Ik zou dit ook een geweldig idee vinden voor een restaurant in Nederland, maar helaas zijn daar de grondprijzen veel te hoog voor en de ruimte te beperkt. En passant vertelt Catherina me, dat veel Chinezen vaak buiten de deur eten en dat men het dan wel zo prettig vindt om een eigen kamer te hebben.
Ik heb geen idee wat er voor me besteld wordt. De chauffeur spreekt helaas geen enkel woord Engels, dus ik hoop dat we aan tafel toch een gemoedelijke sfeer kunnen creëren. Dan komt het bijzondere voedsel:
Krab in zeezout en verder niets. Geen krabinstrumenten of iets dergelijks. Wel stokjes. Ik vraag me af op welke wijze we deze krab gaan bevechten. Catherina reageert alsof ik een rare vraag stel. “Gewoon, met de handen.” Geamuseerd kijk ik naar mijn disgenoten. Eerst trek je de poten er uit (deze mogen uitgezogen worden en proeven echt heerlijk, zo weet ik nu). Vervolgens breek je de krab in het midden van zijn kop (?!) open en kan men met stokjes toe gaan slaan. Zowel de chauffeur als Catherina kijken me aan alsof ik van Mars kom. Beiden vinden het maar raar dat ik dit allemaal bijzonder vind. Heb je wel eens een krab van dichtbij gezien? Ik had het idee dat het beest elk moment tot leven zou komen en wraak zou nemen. Ik vond mezelf erg dapper in ieder geval. Maar het smaakte me met een zelfgebrouwen biertje uit Ningbo echt heerlijk!Net als in de Verenigde Staten, is het in China heel gebruikelijk om om een doggybag te vragen. Mijn schroom wordt overrompeld door Catherina haar gewoonte in deze. Al vraag ik me zelf af of ik, zo tegen het einde van de avond, nog trek zal krijgen in pompoen, slakken en tofu.
Dan het bericht dat de kapitein akkoord is en na het diner, kunnen we vertrekken. Zhou Shan is sinds een korte tijd eindelijk door een brug met het vasteland en dus Ningbo verbonden, maar er is 1 probleem. Deze zal tijdens ons verblijf aldaar pas geopend worden en tot nog toe mag niemand hier gebruik van maken. De burgemeester heeft daartoe besloten (in totaal bestrijkt Zhou Shan 1300 eilanden waarvan er maar 90 bewoond zijn). Catherina heeft gisteren de burgemeester verteld dat ze een vriendin op moest halen van het vliegveld (dat ben ik) en dus wel over de brug zou moeten (de laatste ferry ging al om half 5 ‘s middags) of dat we gedwongen zouden zijn om een hotel in Ningbo te nemen. Maar vanavond zou er ook een feestje gepland staan voor Catherina (eregast) en omdat Catherina dus met andere dingen bezig was, is dat weer verplaatst naar morgenochtend. Maar dan redt ze het niet wanneer ze de boot moet nemen. En dus stond de burgemeester klem. En dus heeft de burgemeester zijn handtekening gezet om ons clandestien met de boot over te laten gaan. En ben ik de gelukkige mede-eregast van het partijtje! En dan is er zondag ook al feest, omdat de brug dan officieel geopend zal worden. Ik val wel met mijn neus in de boter. Maandag hebben we een afspraak met deze burgemeester en zijn we voor de lunch uitgenodigd bij de damesclub van het eiland. Een drukke agenda dus! Iedereen hier is op de hoogte van ons te organiseren festival in Utrecht, dus dat klinkt goed.
Dan de boot: ik heb nog nooit zoiets spannends meegemaakt. Eerst de weg vinden langs de haven, dwars door meters hoge plassen en over stenen de berg op. Nergens licht, nergens bijna een levende of werkende ziel te vinden. Moeten we nu naar links of naar rechts? Meneer Wong kent de weg als geen ander. Ik hoop wel dat zijn auto het heeft overleefd, trouwens. Een fourwheeldrive was uitermate gunstiger geweest dan deze -ondanks met leer bekleed, maar dan nog wat gehaakte kleden er over heen-, nieuwe Peugeot. Wat een somberheid, die haven. Oude materialen, leegte en donkerte. Wel spannend. Vanwege de moeilijk begaanbare weg, doen we er langer over dan oorspronkelijk de bedoeling was. Onze kapitein was bijna weggegaan en ik geef hem geen ongelijk. Maar wat meer centjes betalen en alles is weer goed. Een echte oude visserskotter met minimale verlichting. De boot ligt 3 meter lager en dan op de punt klimmen in de maximale modder en natheid van de regen: echt iets voor dames met hakken… Maar het is gelukt, dankzij een plank van meneer Wong.
Geen verlichting, niets op de boot. Geen meter ver kunnen we kijken. En dan op de Oostzee varen. Ja, het was wel erg spannend. En dus het laatste clandestiene ritje ooit nog naar het eiland waarschijnlijk, wanneer zondag de brug geopend is….
De zwager van meneer Wong stond aan de andere kant al klaar. Wat een service toch! Catherina zegt ook dat alles alleen werkt als je contacten heb. Ik zal het onthouden.
We rijden over een donker eiland naar mijn hotel, het enige hotel dat er aanwezig is. Ik ben de enige gast en door de donkere en regenachtige avond, heb ik het idee in het hotel van de film “The Shining” te zijn beland. Ook hier spreekt de meneer die mij ontvangt, de eigenaar van het hotel, uiteraard geen woord Engels. Catherina helpt me met inchecken en vertelt dat ik morgen om 8 uur ‘s ochtends zal worden opgehaald. Ik zal bij haar familie ontbijten. Zelf raadt Catherina me aan niet hier te ontbijten onder het mom van een westerse maag die er niet tegen zou kunnen.
Ik word door de eigenaar en zijn dochter naar mijn kamer geleid. Dragen mag ik niets, dat weigeren ze. Even weet ik niet zo goed wat ik met zoveel dienstbaarheid aan moet, en probeer het maar over mij heen te laten komen. Een ouderwetse kamer, maar wel met ligbad en een bijna pornografische foto van een Chinese dame in de badkamer. Ik moet er om lachen. Het bed is een houten plank, zoals wel meer bedden hier in China. Ach, dat deert niet zo, ik kan daar vast prima op slapen na zo’n lange dag!
Ik zwaai Catherina uit en geniet even van het moment dat ik na zo veel indrukken, even alleen ben. Ik open mijn laptop, maar vrees dat ik geen internet heb. Eigenlijk verbaast dit me ook niet zo. Op televisie een soort Chinese staatsomroep en ik val onderwijl, met de Chinese taal in mijn oren, in slaap op mijn bed.
Morgen om 8uur staat de taxi klaar en ga ik naar Catherina en haar moeder voor ontbijt. Wat een luxe weer.
En dan, hop, naar het feestje. Ik ben benieuwd!
Dag 2: Hong Kong Island here I come!
Hong Kong Island: here I come! Maar eerst mijn wandeling er naar toe. Op een of andere manier is mijn wekker niet afgegaan en schrok ik veel te laat wakker. Ach, het was nog kwart voor 9. Alle tijd. Eenmaal buiten, zag ik dat de klok van een juwelier de verkeerde tijd aangaf en weet dat aan de overgang naar de wintertijd. Maar toen kwam ik op Nathan Road, de winkelstraat van Kowloon die doorloopt naar de boulevard, en stond verbaasd dat winkels als Burberry, Esprit en Agnes B. nog niet geopend waren. 10 uur leek mij toch wel een schappelijke tijd. Maar natuurlijk had ik het zelf mis en was het inderdaad pas 9.15 uur in plaats van een uur later. Dat bood vanzelfsprekend wel wat gelukkige perspectieven. Ik besloot de stad in me op te zuigen. Eerst de overdonderende skyline van Hong Hong Island aan de overkant en vervolgens nog even naar het museum.
En wat een toeval, het History Museum of Art, is, naast wel open, op woensdag nog gratis toegankelijk ook. Dat geeft de Hollander moed. Naast wat tijdelijke contemporaine exposities, wilde ik heel graag de porseleincollectie zien die de Chinese geschiedenis voorgebracht heeft. En wat een prachtige collectie! Ik heb echt in tijden (op Europalia in Brussel afgelopen weekend dan- wat ook echt heel bijzonder was) niet zoiets gezien. Op sommige momenten voelde ik me net een Amerikaan toen ik moest constateren dat mooie stukken porselein al 1500 tot 2500 jaar oud waren. In het westen zijn we zo opgegroeid met de Grieken en Romeinen dat je soms, veel te lang, de geschiedenis van andere culturen lijkt te vergeten. Echt een aanrader, op de 3e verdieping (woensdag ben ik weer in HK en dan ga ik toch weer even stiekem kijken denk ik….).
Ik hou van grootse grootstedelijke gebouwen en die zijn er in HK volop te vinden. Thomas nam me mee naar …. (ik weet even niet meer hoe het gebouw heet), met 450 meter het hoogste gebouw van de stad. Blijkbaar zijn de regels verscherpt en moet je je identificeren wanneer je naar boven wil.
Vervolgens togen we naar een ander markant gebouw, maar dat was natuurlijk peanuts vergeleken met de vorige. Wel ook aan te raden omdat je dan alles vanuit een omgekeerd perspectief ziet dan vanuit het vorige gebouw. De Dom is dan ook maar een ukkeltje hiermee vergeleken (maar wel ouder, ha!).
De voortdurende contrasten tussen nieuw en oud, klein en groot, traditie en vooruitgang, kapitalisme versus armoe maken de stad voor mij erg intrigerend. Ik hou van contrasten.
Sinds 1997 hebben de voormalige eigenaars van de stad, Britse kolonialisten, Hong Kong ‘teruggegeven’ aan China. Hong Kong is democratisch, Hong Kong is rijk en modern, hier mag gedemonstreerd worden. In China niet. Thomas vertelt me dat de teruggave over 50 jaar wordt verspreid. Tot die tijd houdt de stad haar eigen munteenheid (Hong Kong Dollar) en haar vrijheden. Veel mensen zijn dus onzeker over wat hen in de toekomst te wachten staat.
En natuurlijk moeten we nog even het trammetje nemen naar The Peak, waar de rijken wonen. Waar nog echte huizen, in tegenstelling tot de ene skyscraper na de andere te vinden zijn. En waar het zowaar groen is. Met bomen. Een eng trammetje, nog een herinnering aan de koloniale tijd. Zo steil, dat de terugreis in zijn achteruit wordt gereden. Voor een passagier als ik met hoogtevrees, is het erg prettig niet vooruit in de diepte te hoeven kijken……
Na onze wandelingen door de stad is het tijd voor een biertje. We gaan naar een Ierse pub. Zou niet per se mijn eerste keus zijn (al is het hier altijd goed toeven, waar je ook bent ter wereld), het geeft wel een goede impressie van de hoeveelheid expats in de stad. Hier krijgen we een biertje zonder schuim. Mevrouw Fong (Catherina) heeft me in Nederland verteld dat de Chinezen het geloof hebben dat schuim in bier de drinker gek maakt. Kijk dus niet raar op wanneer je een Engelsachtig biertje in China krijgt.
Na een leuke dag nemen we afscheid om voor volgende week weer af te spreken in Hong Kong. Dan zal het al mijn laatste dag zijn. Ik moet er nog niet aan denken…
Eerst maar kijken wat het avontuur met Catherina me gaat brengen, want ik heb nog geen flauw idee.
Eerst nog de zus van Catherina uit Hong Kong op mijn hotelkamer ontvangen. De dag voor ik vertrok belde Catherina me op of ik vanuit Hong Kong naar Inland China nog wat spullen voor haar mee wilde nemen. Nog wat spullen?! Ik was van plan de komende dagen mijn kleine koffertje mee te nemen, maar dat kon ik nu wel vergeten. Vooruit dan maar, kan ik ook wat terug doen.
Naast het feit dat ik mijn spullen in en uit moest pakken, had ik geen flauw benul waar ik de volgende dag zijn moest om mijn binnenlandse vlucht naar Ningbo (en dus Catherina) te nemen. In Nederland vond ik het al lastig te achterhalen waarvandaan ik überhaupt vertrok… Shen Zhen, daar moest ik zijn, zo bleek uit haar mails. Hier vandaan is het stukken goedkoper om een binnenlandse vlucht te nemen, vanuit Hong Kong zelf vliegen kost wel 200 euro meer. En dat is natuurlijk zonde!
De zus van Catherina vertelde me de bus te nemen. Zo ver kwamen we. Maar zij spreekt amper Engels en dat was heel jammer voor mij.
Via internet (lang leve mijn nieuwe laptopje) alle opties afgestruind, maar nergens een goede route gevonden. Er stonden wel 20 alternatieven, maar geen leek de beste optie. ’s Avonds laat dacht ik, bekijken jullie het allemaal maar, ik ga met de trein (vanuit Mong Kok) naar Lo Wu (grensovergang China) en ik zie het daar wel. De beslissing was eindelijk genomen.
Jammer genoeg wilde de slaap niet echt vatten, zoals ik overal al gelezen had, is de airco vaak een ramp in Azië. Deze kan namelijk niet uit…..
Dag 1: 17 november 2009
Toch een beetje last van een jetlag stiekem denk. Last van ‘zeebenen’ en gisteravond had ik het gevoel dat ik op het punt stond de Mexicaanse griep te krijgen. Al was dat voornamelijk te wijten aan de temperatuur in het vliegtuig denk ik.
Een wandeling door Kowloon gemaakt, waarbij opvalt dat het een echte authentieke volksbuurt is. Allemaal marktjes en kraampjes, veel activiteit en eten. Veel eten. Een prettige wijk om door heen te wandelen, mensen kijken je wel vreemd aan op een of andere manier, maar waarderen het wel.
China (en Hong Kong) schijnt een van de meest veilige landen ter wereld te zijn om door heen te reizen en ik moet zeggen, ik heb me tot nu toe, nog geen moment onveilig gevoeld. In Havana, Cuba, heb ik dat op dezelfde manier ervaren. Zou er toch een verband tussen deze (voormalige en toch ook niet) communistische landen zijn? In Havana stond overal op elke hoek van de straat politie, hier valt dat enorm mee.
Na wat heen en weer gemail met Thomas op dinsdagavond, besloten om elkaar de volgende dag om 11 uur te treffen op Central, de naam zegt het al, het (economische) centrum van Hong Kong op Hong Kong Island. De overkant van Kowloon, waar mijn hotel gevestigd is.
Thomas is de zoon van een goede vriend van mijn vader en heeft een paar maanden geleden zijn baan in Nederland opgezegd om bij zijn geliefde Engelse vriendin in Hong Kong te gaan wonen. En natuurlijk in de hoop daar een baan te vinden. Wat toch erg lastig blijkt, vanwege de taal. Dus alle tijd nu om mij over HK Island te vergezellen. Iets wat ik weer erg aangenaam vind, want hoe leer je een stad beter kennen dan door met iemand op stap te gaan die daar ook daadwerkelijk woont?





















